Deel deze pagina:
Maandag 08.00 - 18.00 uur
Dinsdag t/m vrijdag 08.00 - 18.30 uur
Zaterdag 08.00 - 17.30 uur
Zondag 11.00 - 18.00 uur

Visspecialist Jaap Graaf
Burgemeester Letteweg 1
3233 AE Oostvoorne
0181 - 48 24 47

Visspecialist Graaf   Visspecialist Graaf   Visspecialist Graaf   Visspecialist Graaf

Assortiment

Reactie op "Coquilles":

Velden met (*) zijn verplicht.
Coquilles
(*):
(*):
(*):
:
(*):

Coquilles


Pecten jacobeus Coquilles

De Sint-Jakobsschelp is een Mantelschelp (ook wel Kamschelp) die voorkomt in de Middellandse Zee.

De dieren leven van planktonische organismen en andere zwevende voedseldeeltjes wat zij verkrijgen door met behulp van hun kieuwen het zeewater te filteren. Mantelschelpen hebben lichtgevoelige organen, 'catadioptrische ogen', die op kleine tentakeltjes aan de mantelrand staan. Deze 'ogen' werken door weerkaatsing en kunnen licht van donker onderscheiden. Hierdoor kunnen zij eventuele vijanden waarnemen en daarop reageren. De reactie kan bestaan uit vluchten (zie onder) of het simpel sluiten van de kleppen.

Levenswijze en leefomgeving
De Sint-Jakobsschelp leeft plat op de zeebodem, met de bolle klep aan de onderzijde. Jonge dieren kunnen zich met byssusdraden aan een substraat vasthechten. Volwassen dieren liggen los en verkiezen zandige bodems. Mantelschelpen kunnen zich verplaatsen door de kleppen met kracht te sluiten.

Verspreiding
Deze soort komt voor in de Middellandse Zee en in de Atlantische Oceaan (en recent in Ghana). De populatie van deze Pecten-soort is sinds het begin van de moderne schelpdiervisserij en vervuiling tot minder dan 30% teruggebracht.

Schelpkenmerken
De Sint-Jakobsschelp heeft een min of meer gelijkzijdig driehoekige vorm met brede ongeveer 15 radiaire, golvende hoofdribben. De hoofdribben zijn gescheiden van elkaar door een tussenribsruimte die ongeveer even breed is als deze hoofdribben zelf. Over hoofdribben en tussenribsruimten ligt een secundaire sculptuur van fijnere ribben. Aan weerszijden van de umbo zit een vleugelvormig uitsteeksel, het zgn. oortje. De beide oortjes van een schelpklep zijn ongelijk van grootte. De beide kleppen zijn niet gelijk: de linkerklep bol, de rechterklep vrijwel plat. De schelp kan ongeveer 20 cm breed worden. Schelpen kunnen egaal geel, zalmrose, rood en bruin van kleur zijn, terwijl exemplaren met gevlamde kleurpatronen eveneens voorkomen.
Pagina terug